Hij grijpt me vast en neemt me mee naar een afgesloten ruimte. Er hangen heel wat speeltjes aan de muur, aan het plafond. We zijn hier niet alleen, maar dat deert hem niet. ‘t Is wat hij wil, en ik schik me. Ik kan niet anders. Vanuit mijn ooghoeken kijk ik links en rechts, naar anderen, mannen, vrouwen. Ze drinken wat, kijken ons even aan, of niet, dat kan ook.

Hij grijpt me bij de keel. Slikken, trut, roept hij me toe, slikken. Terwijl hij zijn buis in mijn mond steekt. Zo diep als hij maar kan. Daarna verzacht zijn greep, wordt hij zelfs teder en lief, hoewel zijn buis nog steeds, deep-throat-gewijs in me zit. Hij streelt mijn keel, ik kalmeer wat en laat alles me wat overkomen.

Hij voldaan, of ik verzadigd, laat hij me los en geeft hij mijn keel, mijn mond opnieuw wat vrijheid. Hij kijkt niet meer naar me, laat me achter. Als een gebruiksvoorwerp. Ik spoel door wat in mij is gekomen en zie hem zich opnieuw vergrijpen aan een ander. Op dezelfde manier.

Was ik maar niet zo’n gans.

Maar ach, dat zal ik niet lang meer zijn. Binnenkort ben ik foie gras.

Lees ook andere schrijfsels

Nieuwe posts of verhalen ontvangen? Laat je email-adres achter.