Beer geeuwde, en strekte zich uit. ‘Waar zijn we nu?’ vroeg hij aan Bas? ‘De bib,’ antwoordde Bas. ‘De bib is een soort boekenfabriek, of zoiets, dat heeft mama me verteld. Je kan er boeken brengen, en boeken komen halen.’ Beer is de knuffel van Bas. Ze zijn de dikste vrienden. Beer mag altijd overal mee. En dus ook naar de bib.

Beer was een nieuwsgierigaard, maar dat zal je straks wel merken. Ze stonden te wachten, aan een tafel. Mama gaf een hele stapel boeken aan de mevrouw achter de tafel. ‘Dankjewel,’ zei de mevrouw. ‘En dag grote jongen’.

‘Ik ben Bas,’ zei Bas, ‘en dit is Beer. Ben jij de baas van de boekenfabriek?’ De mevrouw lachte. Bas vond de mevrouw een beetje gek. Ze leek wat op oma, maar dan zonder het grijze haar.

‘Als de boekenfabriek van haar is, dan moet de fabriek wel al heel erg oud zijn,’ fluisterde Bas tegen zijn beer.

Bas ging met mama mee naar boven. Daar mocht hij vijf boekjes kiezen, had ze gezegd. Beer zei dat hij wel zou komen, maar hij vroeg zich af wat er met de boekjes van mama zou gebeuren.

Hij wachtte tot de mevrouw naar het toilet ging en kroop dan stiekem achter de tafel. Veel was er niet te zien. Enkel een deurtje. Op het deurtje stond geschreven: ‘Enkel voor boeken, verboden toegang voor mensen en teddyberen.’ Dat maakte beer nog nieuwsgieriger. Het deurtje was op slot, maar de sleutel zat er nog op. Hij draaide de sleutel om, deed het deurtje open en kroop naar binnen. Achter hem sloeg de mevrouw de deur dicht. Beer schrok en viel voorover.

‘Jihaaaa’ riep beer. ‘Net een kermis, of een glijbaan.’ Beer schoof op zijn poep, tot helemaal beneden. Hij gleed door sproeiers, die hem helemaal nat spuitten, hij gleed door blazers die hem helemaal droogbliezen. Hij gleed langs handdoeken, die hem helemaal opboenden.

‘Jihaaa’ riep beer.

Toen hij helemaal beneden was, trok hij zijn ogen helemaal open. Beneden aan de glijbaan zag beer allemaal boeken. Niet alleen de boeken van mama. Ook die van mevrouw Flets en ook die van meneer Baards. En nog veel meer boeken.

Beer geloofde zijn ogen niet. De boekjes zaten in stoeltjes, lagen op bedden of dronken koffie. Sommigen speelden tikkertje, of verstoppertje. Of ze schommelden in het papieren speeltuintje .

‘He, dag beer’, zei een boekje van mama. ‘Wat kom jij hier doen.’ ‘Ik was benieuwd,’ zei beer. ‘Ik wilde weten waar jullie naartoe gingen’.

‘Wel’ zei het boekje. ‘Hier dus. Hier mogen we even uitrusten van al dat gelees. En als we weer uitgerust zijn, kruipen we langs die deur naar boven. Het boekje wees naar een deur, met daarop ‘De bibliotheek’ geschreven.

Beer keek nog wat rond, naar boeken van alle kleuren, groen, geel, roze, bruin, blauw, oranje en nog meer. Naar boeken die dansten en zongen, naar boeken die rolden en turnden. Naar boeken die thee dronken.

Plots hoorde hij boven hem geween en geroep. ‘Beeeer’ hoorde hij. ‘Beeer.’ Hij hoorde Bas wenen. Snel kroop hij langs het deurtje weer naar boven.

‘Beer, waar was je nou,’ zei Bas. En Beer vertelde over de boeken die aan het rusten waren.

’s Avonds vertelde Bas aan Mama, net wat Beer aan hem had verteld.

‘Ach, die gekke Beer toch’. Dat was alles wat ze zei.

Maar ’s Nachts pakte Bas zijn Beertje dicht bij zich. En fluisterde hij: ik geloof je, volgende keer ga ik met je mee!.

Lees ook andere verhalen

Nieuwe posts of verhalen ontvangen? Laat je email-adres achter.